BLOG KENNIS IS VOORSPRONG

Gebouwenpasdecreet

Binnenkort kan u als houder van een zakelijk recht op een onroerend goed alle gebouw-, grond- en omgevingsgebonden informatie met betrekking tot dat gebouw of terrein online opvragen via de ‘gebouwenpas’

Recent is het decreet van 30 november 2018 betreffende de gebouwenpas in werking getreden. Ingevolge dit decreet zal u in de toekomst als houder van een zakelijk recht op een onroerend goed alle gebouw-, grond- en omgevingsgebonden informatie over dat gebouw of terrein en zijn omgeving online kunnen raadplegen via de ‘gebouwenpas’.

Momenteel worden al deze gegevens opgeslagen in verschillende databanken en dient de burger nog elke instantie afzonderlijk aan te spreken om deze gegevens te verkrijgen. De gebouwenpas is een online functie die tot doel heeft om gebouw-, grond- en omgevingsgebonden informatie uit te wisselen en digitaal op te slaan door middel van één loketfunctie. Op die manier wil de wetgever de burger informeren en de communicatie tussen de burger, ondernemingen en de overheid faciliteren.

In principe kunnen alleen houders van een zakelijk recht deze informatie opvragen. Dit zijn personen met een recht van eigendom, een recht van opstal, een erfpacht of een vruchtgebruik met betrekking tot het gebouw of de grond, op voorwaarde dat dit zakelijk recht eveneens geregistreerd is. Elke houder van een zakelijk recht kan evenwel een derde machtigen om de gegevens in de gebouwenpas te raadplegen.

De gebouwenpas omvat gebouw-, grond- en omgevingsgebonden informatie, zoals attesten keuringen, vergunningen, technische gegevens, geografische gegevensbronnen, enzovoort.

Zowel de houders van een zakelijk recht als de gemachtigde derden kunnen de gebouwenpas aanvullen en de door hun aangevulde gegevens verwijderen.

De Vlaamse Regering kan de gevallen bepalen waarin het mogelijk is om de gegevens uit de gebouwenpas geanonimiseerd ter beschikking te stellen van derden.

Het decretaal kader voor de gebouwenpas is er al, voor de concrete uitwerking daarvan is het nog wachten op de Vlaamse Regering.

Wij houden u op de hoogte van de verdere concrete uitwerking van deze gebouwenpas

Sloop- en heropbouwpremie

Klimaat, milieu en energie staan (hoog) op de agenda. De Vlaamse regering communiceerde vorige vrijdag opnieuw over haar voornemen tot het invoeren van een sloop- en heropbouwpremie teneinde de energieprestaties van het gebouwenbestand te verhogen.

Zo wordt het volgende gesteld:

In het kader van het Renovatiepact engageerde de Vlaamse Regering zich, om samen met de bouwsector en andere relevante stakeholders, het bestaande gebouwenpark tegen 2050 grondig te renoveren en de energieprestaties sterk te verbeteren.

Tegen 2050 moeten alle gebouwen even energiezuinig gemaakt worden als de energetisch performante nieuwbouw van vandaag. Dit vereist zeer verregaande inspanningen. Een blik op het huidig woningenbestand leert dat een deel ervan waarschijnlijk niet tegen een redelijke investeringskost op het niveau van deze langetermijndoelstelling van het Renovatiepact kan worden gebracht. Vanuit maatschappelijk oogpunt kan het onwenselijk zijn of financieel niet zinvol om dit soort bouwwerken nog te renoveren. In deze gevallen kan sloop en vervanging door een energieperformante nieuwbouw misschien een betere en kostenefficiëntere oplossing zijn.

De Vlaamse Regering beslist daarom een sloop- en heropbouwpremie in te voeren en wijzigde daarvoor, na advies van de Raad van State, definitief haar Energiebesluit. Om voor de sloop- en heropbouwpremie van 7.500 euro in aanmerking te komen moet cumulatief voldaan worden aan een aantal voorwaarden.

Wij volgen dit verder op en zullen u naar aanleiding van de publicatie en inwerkingtreding verder informeren.

 

Nieuw Bestuursdecreet: algemene toelichting

Heel wat formele wetten (afkomstig van de federale wetgevende macht en van de wetgevende machten van de deelstaten; het gaat resp. om de federale wetten en de decreten en ordonnanties) bevatten bepalingen die relevant zijn voor het bestuursrecht.

Er bestaat geen alomvattende algemene “Wet of Decreet bestuursrecht”. Het bestuursrecht wordt dan ook teruggevonden in heel wat specifieke wetten/decreten/ordonnanties. Enkele voorbeelden hiervan:

  • Uit het algemeen bestuursrecht:
    • Wet van 29 juli 1991 betreffende de formele motivering van bestuurshandelingen
    • Wet van 22 maart 1995 betreffende de federale ombudsman
    • Provinciedecreet
    • Decreet lokaal bestuur…
  • Uit het bijzonder bestuursrecht:
    • Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening
    • Het decreet algemene beginselen inzake milieubeleid
    • Het decreet natuurbehoud
    • De overheidsopdrachtenwet
    • Decreet van 2 maart 2007 houdende het statuut van de reisbureaus
    • Decreet van 10 juli 2008 betreffende het toeristische logies

Toch is recent op Vlaams niveau een Bestuursdecreet tot stand gekomen, waarin diverse generieke administratiefrechtelijke onderwerpen werden samengebracht.

Het Bestuursdecreet bevat generieke bepalingen die betrekking hebben op de relatie tussen de burger en de overheid enerzijds en op de organisatie en werking van de overheidsinstanties anderzijds. Veel van deze bepalingen bestonden al maar waren verspreid over verschillende decreten.

Het ontwerp van Bestuursdecreet voorziet in een algemene regeling voor een aantal bestuursrechtelijke aangelegenheden zodat die niet in de verschillende sectorregelgevingen afzonderlijk moeten geregeld worden. Deze ‘codificatie’ beoogt van de bestuursrechtelijke regels een samenhangend en logisch geheel te maken, zonder leemten of tegenstrijdigheid, met een geharmoniseerd vocabularium, en daardoor transparanter voor de burgers.

Wat de relatie tussen de burger en de overheid betreft, wordt uitgegaan van een open overheid die nog meer werk maakt van communicatie, die bereikbaar is via elektronische weg, die haar documenten informatie beschikbaar stelt voor burgers, en die openstaat voor participatie en inspraak van burgers bij het beleid maar ook bij haar eigen dienstverlening.

Wat de regulering van de overheid betreft, bevat het decreet regels die betrekking hebben op de planning en rapportering, de organisatie van het communicatiebeleid en het statistiekbeleid, het elektronisch bestuurlijk gegevensverkeer, beheren en bewaren van overheidsinformatie, het strategisch adviesstelsel, de interne audit en over experimentregelgeving en regelluwe zones.

De decreten die in het Bestuursdecreet opgenomen zijn, hebben allemaal uiteenlopende toepassingsgebieden. Eén van de doelstellingen van het Bestuursdecreet is de toepassingsgebieden zoveel mogelijk harmoniseren en op mekaar afstemmen.

Het bestuursdecreet bestaat uit twee grote onderdelen. Alle bepalingen met betrekking tot de relatie tussen burgers en de overheid werden gebundeld in titel 2. Alle bepalingen met betrekking tot de structuur en werking van de overheid werden gebundeld in titel 3.

De structuur van het decreet is als volgt:

Titel I. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Hoofdstuk 2. Definities

Titel II. Relatie tussen burgers en overheid

Hoofdstuk 1. Communicatie tussen burger en overheid

Hoofdstuk 2. Individuele bestuurshandelingen

Hoofdstuk 3. Toegang tot bestuursdocumenten

Hoofdstuk 4. Hergebruik van overheidsinformatie

Hoofdstuk 5. Klachten, meldingen en voorstellen

Titel III. Organisatorische bepalingen

Hoofdstuk 1. Structuur van de Vlaamse administratie

Hoofdstuk 2. Deugdelijk bestuur

Hoofdstuk 3. Werking van de Vlaamse overheid

Hoofdstuk 4. Experimentregelgeving en regelluwe zones

Titel IV. Wijzigings- en slotbepalingen

Met het bestuursdecreet is alvast een (eerste) aanzet gegeven om diverse generieke bepalingen van het Vlaams bestuursrecht samen te brengen. Een werkelijk alomvattende regeling van het algemeen bestuursrecht is dit uiteraard (nog) niet. Alleszins bevat het Bestuursdecreet ook geen codificatie van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en bevat het slechts bepaalde fragmentarische regels van deugdelijk bestuur (vb. over de onafhankelijkheid van bestuurders in raden van bestuur).

In volgende blogberichten zullen we zeker nog terugkomen op diverse aspecten uit dit nieuwe Bestuursdecreet.

Forum advocaten is gespecialiseerd in het bestuursrecht en volgt deze materie dan ook verder op.

 

 

Het decreet tot wijziging van het decreet inzake de harmonisering van voorkooprechten is in werking getreden

Eerder informeerden wij u reeds over het decretaal initiatief tot wijziging van de procedure van de elektronische openbare verkoop via het e-voorkooploket.

Voornoemd decreet heeft betrekking op de elektronische openbare verkoop via het e-voorkooploket. Het decreet regelt het bestaan van dit loket en de procedure die de instrumenterend ambtenaar dient te volgen bij de aanbieding van een voorkooprecht.

Via het e-voorkooploket kan u nagaan of er op een onroerend goed een Vlaams decretaal voorkooprecht rust. Daarnaast gebeurt ook de kennisgeving van het plaatsvinden van een openbare verkoop en het aanbieden van het recht van voorkoop via dit e-voorkooploket.

Op 21 december 2018 werd het decreet tot wijziging van het decreet inzake harmonisering van voorkooprechten bekrachtigd en afgekondigd door de Vlaamse Regering. Vervolgens werd het decreet op 28 januari 2019 bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het decreet is met terugwerkende kracht in werking getreden vanaf 1 september 2018.

Indien u vragen heeft over het voorkooprecht of het e-voorkooploket, aarzel dan niet om ons te contacteren.

 

 

Besluit over de handhaving van het integraal handelsvestigingenbeleid gepubliceerd in Belgisch Staatsblad

Eerder informeerden wij u al inzake het Decreet over het Integraal Handelsvestigingenbeleid van 15 juli 2016.

Op 9 januari 2019 is het Besluit van de Vlaamse Regering van 26 oktober 2018 houdende diverse bepalingen over de handhaving van het integraal handelsvestigingenbeleid gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Met dit besluit wordt uitvoering gegeven aan hoofdstuk 6 inzake de handhaving van het handelsvestigingsbeleid van het Decreet Integraal Handelsvestigingenbeleid van 15 juli 2016, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 29 juli 2016.

Het besluit over de handhaving van het integraal handelsvestigingenbeleid geeft onder meer verdere uitvoering aan:

  • de wijze waarop de gewestelijke toezichthouders worden aangeduid,
  • het verloop van de bestuurlijke handhaving: de bevoegde ambtenaren  binnen de bestuurlijke handhaving moeten worden aangesteld,
  • het bedrag van de exclusieve bestuurlijke geldboete,
  • in welke gevallen de exclusieve bestuurlijke geldboete geseponeerd kan worden,
  • De administratieve beroepsmogelijkheid tegen de bestuurlijke maatregelen,
  • De mogelijkheid tot minnelijke schikking.

De inwerkingtreding van dit besluit wordt in art. 19 bepaald op 1 november 2018.

Indien u hieromtrent nog vragen heeft, aarzel dan niet om ons te contacteren.

 

Benoeming van de burgemeesters

Er zijn een aantal (opvallende) cijfers gepubliceerd in verband met de benoeming van de burgemeesters.

U kan deze terugvinden op de website van Lokaal Bestuur Vlaanderen https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/nieuws/290-van-de-300-burgemeesters-benoemd

Hieronder een beknopt overzicht van enkele cijfers:

Stand van de benoemingen op heden

In de vorige bestuursperiode, 2013-2018, waren er 308 benoemde burgemeesters. In de bestuursperiode 2019-2024 worden 300 burgemeesters benoemd. In 10 gemeenten werd momenteel nog geen burgemeester benoemd: in Aarschot, Bever, Borsbeek, Drogenbos, Kampenhout, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem loopt de procedure nog.

Geslacht

Er zijn over heel Vlaanderen momenteel 42 vrouwelijke burgemeesters: 14,5% van het totaal (nu 290).

Het aandeel vrouwelijke burgemeesters ligt het hoogst in Vlaams-Brabant: 18% (10 op 56).

Het aandeel vrouwelijke burgemeesters ligt het laagst in Oost-Vlaanderen en Limburg: 12%.

Leeftijd

De gemiddelde leeftijd van de burgemeesters is 52 jaar.

Bij de mannen is dit 53 jaar.

Bij de vrouwen is dit 47 jaar.

Aantal per partij

Over heel Vlaanderen levert CD&V de meeste burgemeesters (CD&V: 107; N-VA: 51; Open VLD: 37, sp.a: 13; Groen: 1).

CD&V levert de meeste burgemeesters in alle provincies behalve Antwerpen (in Antwerpen: CD&V: 20; N-VA: 31).

Open Vld levert ook relatief veel burgemeesters in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant.

De lokale besturen vormen een belangrijke schakel in ons meerlaagse democratisch bestel. Zij staan in principe dicht bij de burger en zijn dan ook bevoegd voor heel wat verschillende zaken die heel wat mensen ter harte gaan, zoals ruimtelijke ordening, stedenbouw, milieu, kleinhandelsbeleid, onderwijs enz.

Forum advocaten is gespecialiseerd in het Bestuursrecht en volgt de ontwikkelingen dan ook op de voet.

 

 

 

 

Grondwettelijk Hof spreekt zich (nogmaals) uit over de vervalregeling bij de geheelverkoop van verkavelingen

Om speculatie bij verkavelingen tegen te gaan werd door de regelgever voorzien in een (ingewikkeld) systeem van verval van de verkavelingsvergunning wanneer niet binnen een bepaalde termijn hieraan uitvoering werd gegeven, door (o.a.) de verkoop van een bepaald minimum aandeel loten.

Er is veel discussie geweest in rechtspraak en rechtsleer over de vraag of de verkoop van alle loten in de verkaveling (geheelverkoop) het verval kon tegengaan. Volgens de ene kon dit niet aangezien daarmee het doel van de regeling (speculatie vermijden) ondergraven zou worden. Volgens de andere kon dit wel omdat men geen andere voorwaarden aan de wet kan toevoegen (en de verkoop van het geheel omvat nu eenmaal het door de regelgever gestelde minimum aandeel). Uiteindelijk greep de decreetgever dan in en werd duidelijk gesteld dat de geheelverkoop het verval niet kan vermijden. Deze wetgeving had ook een bepaalde retroactieve werking, zodat het wachten was tot er vragen gesteld zouden worden in verband met het eigendomsrecht, het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel enz.

We besparen u de zeer ingewikkelde en technische bepalingen van de vervalregeling van verkavelingen, maar wie zich hieraan wil wagen kan (o.a.) terecht in het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 158/2018 van 22 november 2018 (B.S. 28 januari 2019). Het Hof stelde alleszins geen schending vast van de aangevoerde bepalingen en de geviseerde vervalregeling houdt derhalve stand.

Interessant aan dit arrest is het feit dat hierin nog eens een mooi overzicht wordt gegeven van de bepalingen inzake het verval van de verkavelingen, de historische totstandkoming hiervan en de achterliggende motieven, evenals van de herhaalde wijzigingen hieraan. Een jammere vaststelling is wel – zoals zo vaak inzake ruimtelijke ordening – dat het gaat om een opeenstapeling van bepalingen en diverse wijzigingen, waarin het moeilijk is om de weg nog te vinden. Benieuwd of u in de voor- of namiddag het arrest nog gelezen krijgt…

Vanaf 1 januari 2019 bestaat er een nieuwe aanvraagprocedure in het kader van de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.

Zowel de verblijfsvergunning als de toelating tot arbeid zullen door middel van één procedure kunnen worden aangevraagd, waarbij de Dienst Vreemdelingenzaken en het Gewest gezamenlijk een beslissing zullen nemen omtrent de materie die hen toebehoort. De oude procedure, waarbij de arbeidskaart, arbeidsvergunning en het verblijfrecht afzonderlijk moesten worden aangevraagd, blijft nog op een aantal gevallen van toepassing.

Voor meer informatie:Gecombineerde vergunning

Elektriciteitsproductie in landbouwgebied doorstaat toetsing Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof diende te oordelen over een Waalse regeling waarbij de mogelijkheid werd voorzien om de installatie van modules voor elektriciteitsproductie in landbouwgebied toe te staan, mits bepaalde voorwaarden worden nageleefd, en waarbij de mogelijkheid beperkt werd tot de modules voor elektriciteitsproductie uit zonne-energie.

De toetsing gebeurde (ondermeer, doch niet uitsluitend) aan art. 23, derde lid, 4°, van de Grondwet. Het Hof bracht in herinnering dat het de bevoegde wetgever toekomt om het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu te waarborgen en de voorwaarden voor de uitoefening van dat recht te bepalen.

Artikel 23 van de Grondwet impliceert inzake het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu een standstill-verplichting, die eraan in de weg staat dat de bevoegde wetgever het beschermingsniveau dat wordt geboden door de van toepassing zijnde wetgeving in aanzienlijke mate vermindert, zonder dat daarvoor redenen zijn die verband houden met het algemeen belang.

Het Hof oordeelde vervolgens – op zeer beknopte wijze – dat de bestreden regeling deze bepaling niet schendt:

“door de mogelijkheid om de installatie van modules voor elektriciteitsproductie in landbouwgebied toe te staan, mits bepaalde voorwaarden worden nageleefd, te beperken tot de modules voor elektriciteitsproductie uit zonne-energie, heeft de decreetgever het niveau van bescherming van een gezond leefmilieu niet verminderd.”

Overigens werd ook geen schending van het gelijkheidsbeginsel weerhouden. Het Hof oordeelde als volgt:

“De maatregel die erin bestaat het landbouwgebied zodanig te omschrijven dat de installatie van modules voor elektriciteitsproductie uit zonne-energie er kan worden toegestaan, is relevant ten aanzien van dat doel.
Hetzelfde geldt voor de maatregel waarbij een afwijkend mechanisme wordt ingevoerd in andere gebieden waar diezelfde installaties in beginsel niet kunnen worden toegestaan.
B.11.1. Het nastreven van dat doel houdt evenwel niet in dat de decreetgever het landbouwgebied noodzakelijkerwijs gelijktijdig moest openstellen voor alle modules voor de productie van hernieuwbare energie, ook die uit micro- en miniwindmolens.
De decreetgever diende evenmin, gelijktijdig, voor andere gebieden een afwijkend mechanisme in te voeren voor alle modules voor de productie van hernieuwbare energie.
B.11.2. Rekening houdend met het evolutieve karakter van de technologieën voor de productie van hernieuwbare energie, met de schaalverkleining van de in het geding zijnde installaties die daarmee gepaard gaat en met de beoordelingsmarge waarover de decreetgever beschikt om de maatregelen vast te stellen die bestemd zijn om een duurzame ontwikkeling te verzekeren wat de milieudimensie ervan betreft, is het niet zonder redelijke verantwoording het landbouwgebied geleidelijk open te stellen voor de verschillende modules voor elektriciteitsproductie.
Hetzelfde geldt voor de beperking van het in artikel 111, derde lid, van het WWROSPE vervatte afwijkende mechanisme tot de eenheden voor elektriciteitsproductie waarvan de oorsprong uitsluitend solair is.”

De sector van de hernieuwbare energie is in volle expansie en geregeld dienen geschillen hierover beslecht te worden. Wij volgen het op en zijn uw partner in het energierecht.  Forum advocaten zet graag mee zijn schouders onder projecten van duurzame en hernieuwbare energie. Dit past volledig binnen de visie van ons kantoor tot het opzetten van duurzame partnerschappen, waarbij we verder kijken dan vandaag en vooral de toekomst voorbereiden.