BLOG KENNIS IS VOORSPRONG

Benoeming van de burgemeesters

Er zijn een aantal (opvallende) cijfers gepubliceerd in verband met de benoeming van de burgemeesters.

U kan deze terugvinden op de website van Lokaal Bestuur Vlaanderen https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/nieuws/290-van-de-300-burgemeesters-benoemd

Hieronder een beknopt overzicht van enkele cijfers:

Stand van de benoemingen op heden

In de vorige bestuursperiode, 2013-2018, waren er 308 benoemde burgemeesters. In de bestuursperiode 2019-2024 worden 300 burgemeesters benoemd. In 10 gemeenten werd momenteel nog geen burgemeester benoemd: in Aarschot, Bever, Borsbeek, Drogenbos, Kampenhout, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem loopt de procedure nog.

Geslacht

Er zijn over heel Vlaanderen momenteel 42 vrouwelijke burgemeesters: 14,5% van het totaal (nu 290).

Het aandeel vrouwelijke burgemeesters ligt het hoogst in Vlaams-Brabant: 18% (10 op 56).

Het aandeel vrouwelijke burgemeesters ligt het laagst in Oost-Vlaanderen en Limburg: 12%.

Leeftijd

De gemiddelde leeftijd van de burgemeesters is 52 jaar.

Bij de mannen is dit 53 jaar.

Bij de vrouwen is dit 47 jaar.

Aantal per partij

Over heel Vlaanderen levert CD&V de meeste burgemeesters (CD&V: 107; N-VA: 51; Open VLD: 37, sp.a: 13; Groen: 1).

CD&V levert de meeste burgemeesters in alle provincies behalve Antwerpen (in Antwerpen: CD&V: 20; N-VA: 31).

Open Vld levert ook relatief veel burgemeesters in Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant.

De lokale besturen vormen een belangrijke schakel in ons meerlaagse democratisch bestel. Zij staan in principe dicht bij de burger en zijn dan ook bevoegd voor heel wat verschillende zaken die heel wat mensen ter harte gaan, zoals ruimtelijke ordening, stedenbouw, milieu, kleinhandelsbeleid, onderwijs enz.

Forum advocaten is gespecialiseerd in het Bestuursrecht en volgt de ontwikkelingen dan ook op de voet.

 

 

 

 

Grondwettelijk Hof spreekt zich (nogmaals) uit over de vervalregeling bij de geheelverkoop van verkavelingen

Om speculatie bij verkavelingen tegen te gaan werd door de regelgever voorzien in een (ingewikkeld) systeem van verval van de verkavelingsvergunning wanneer niet binnen een bepaalde termijn hieraan uitvoering werd gegeven, door (o.a.) de verkoop van een bepaald minimum aandeel loten.

Er is veel discussie geweest in rechtspraak en rechtsleer over de vraag of de verkoop van alle loten in de verkaveling (geheelverkoop) het verval kon tegengaan. Volgens de ene kon dit niet aangezien daarmee het doel van de regeling (speculatie vermijden) ondergraven zou worden. Volgens de andere kon dit wel omdat men geen andere voorwaarden aan de wet kan toevoegen (en de verkoop van het geheel omvat nu eenmaal het door de regelgever gestelde minimum aandeel). Uiteindelijk greep de decreetgever dan in en werd duidelijk gesteld dat de geheelverkoop het verval niet kan vermijden. Deze wetgeving had ook een bepaalde retroactieve werking, zodat het wachten was tot er vragen gesteld zouden worden in verband met het eigendomsrecht, het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel enz.

We besparen u de zeer ingewikkelde en technische bepalingen van de vervalregeling van verkavelingen, maar wie zich hieraan wil wagen kan (o.a.) terecht in het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 158/2018 van 22 november 2018 (B.S. 28 januari 2019). Het Hof stelde alleszins geen schending vast van de aangevoerde bepalingen en de geviseerde vervalregeling houdt derhalve stand.

Interessant aan dit arrest is het feit dat hierin nog eens een mooi overzicht wordt gegeven van de bepalingen inzake het verval van de verkavelingen, de historische totstandkoming hiervan en de achterliggende motieven, evenals van de herhaalde wijzigingen hieraan. Een jammere vaststelling is wel – zoals zo vaak inzake ruimtelijke ordening – dat het gaat om een opeenstapeling van bepalingen en diverse wijzigingen, waarin het moeilijk is om de weg nog te vinden. Benieuwd of u in de voor- of namiddag het arrest nog gelezen krijgt…

Vanaf 1 januari 2019 bestaat er een nieuwe aanvraagprocedure in het kader van de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.

Zowel de verblijfsvergunning als de toelating tot arbeid zullen door middel van één procedure kunnen worden aangevraagd, waarbij de Dienst Vreemdelingenzaken en het Gewest gezamenlijk een beslissing zullen nemen omtrent de materie die hen toebehoort. De oude procedure, waarbij de arbeidskaart, arbeidsvergunning en het verblijfrecht afzonderlijk moesten worden aangevraagd, blijft nog op een aantal gevallen van toepassing.

Voor meer informatie:Gecombineerde vergunning

Elektriciteitsproductie in landbouwgebied doorstaat toetsing Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof diende te oordelen over een Waalse regeling waarbij de mogelijkheid werd voorzien om de installatie van modules voor elektriciteitsproductie in landbouwgebied toe te staan, mits bepaalde voorwaarden worden nageleefd, en waarbij de mogelijkheid beperkt werd tot de modules voor elektriciteitsproductie uit zonne-energie.

De toetsing gebeurde (ondermeer, doch niet uitsluitend) aan art. 23, derde lid, 4°, van de Grondwet. Het Hof bracht in herinnering dat het de bevoegde wetgever toekomt om het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu te waarborgen en de voorwaarden voor de uitoefening van dat recht te bepalen.

Artikel 23 van de Grondwet impliceert inzake het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu een standstill-verplichting, die eraan in de weg staat dat de bevoegde wetgever het beschermingsniveau dat wordt geboden door de van toepassing zijnde wetgeving in aanzienlijke mate vermindert, zonder dat daarvoor redenen zijn die verband houden met het algemeen belang.

Het Hof oordeelde vervolgens – op zeer beknopte wijze – dat de bestreden regeling deze bepaling niet schendt:

“door de mogelijkheid om de installatie van modules voor elektriciteitsproductie in landbouwgebied toe te staan, mits bepaalde voorwaarden worden nageleefd, te beperken tot de modules voor elektriciteitsproductie uit zonne-energie, heeft de decreetgever het niveau van bescherming van een gezond leefmilieu niet verminderd.”

Overigens werd ook geen schending van het gelijkheidsbeginsel weerhouden. Het Hof oordeelde als volgt:

“De maatregel die erin bestaat het landbouwgebied zodanig te omschrijven dat de installatie van modules voor elektriciteitsproductie uit zonne-energie er kan worden toegestaan, is relevant ten aanzien van dat doel.
Hetzelfde geldt voor de maatregel waarbij een afwijkend mechanisme wordt ingevoerd in andere gebieden waar diezelfde installaties in beginsel niet kunnen worden toegestaan.
B.11.1. Het nastreven van dat doel houdt evenwel niet in dat de decreetgever het landbouwgebied noodzakelijkerwijs gelijktijdig moest openstellen voor alle modules voor de productie van hernieuwbare energie, ook die uit micro- en miniwindmolens.
De decreetgever diende evenmin, gelijktijdig, voor andere gebieden een afwijkend mechanisme in te voeren voor alle modules voor de productie van hernieuwbare energie.
B.11.2. Rekening houdend met het evolutieve karakter van de technologieën voor de productie van hernieuwbare energie, met de schaalverkleining van de in het geding zijnde installaties die daarmee gepaard gaat en met de beoordelingsmarge waarover de decreetgever beschikt om de maatregelen vast te stellen die bestemd zijn om een duurzame ontwikkeling te verzekeren wat de milieudimensie ervan betreft, is het niet zonder redelijke verantwoording het landbouwgebied geleidelijk open te stellen voor de verschillende modules voor elektriciteitsproductie.
Hetzelfde geldt voor de beperking van het in artikel 111, derde lid, van het WWROSPE vervatte afwijkende mechanisme tot de eenheden voor elektriciteitsproductie waarvan de oorsprong uitsluitend solair is.”

De sector van de hernieuwbare energie is in volle expansie en geregeld dienen geschillen hierover beslecht te worden. Wij volgen het op en zijn uw partner in het energierecht.  Forum advocaten zet graag mee zijn schouders onder projecten van duurzame en hernieuwbare energie. Dit past volledig binnen de visie van ons kantoor tot het opzetten van duurzame partnerschappen, waarbij we verder kijken dan vandaag en vooral de toekomst voorbereiden.

 

Vacature: stagiair(e)s in het Ondernemingsrecht en het Omgevingsrecht

FORUM ADVOCATEN heeft twee vacatures:

  • Stagiair in de vakgroep ondernemingsrecht
  • Stagiair in de vakgroep omgevingsrecht (ruimtelijke ordening, stedenbouw en milieurecht)

Van de kandidaten wordt een onberispelijk universitair parcours verwacht en een intrinsieke interesse in het recht.

De kandidaten beschikken over een goed analytisch, synthetiserend en probleemoplossend vermogen. Zij zijn sterk in het geschreven en gesproken woord en kunnen argumenten gestructureerd en goed onderbouwd uitwerken. De kandidaten zijn gedreven en loyaal. Zij zijn bereid om in teamverband samen te werken.

De kandidaten onderschrijven onze algemene kantoorfilosofie die als volgt kan worden samengevat:

  • Excellent juridisch denken
  • Maximaal oplossingsgericht handelen
  • Duurzaam samenwerken
  • We work for people, not clients

 

Het kantoor biedt u een aangename werkomgeving (op het Eilandje) met mogelijkheden om u professioneel (verder) te ontplooien binnen een groeiende jonge en dynamische groep van gespecialiseerde collega’s.

Uw cv + motivatiebrief (+ eventueel kopie van de thesis) mag u zenden naar r.tijs@forumadvocaten.be.

Uit de motivatiebrief moet tevens blijken dat de kandidaat in staat is om een behoorlijk geschreven tekst uit te werken waarin hij/zij de meerwaarde voor het kantoor toelicht en waarin hij/zij ook aandacht besteedt aan de verwachtingen ten aanzien van het kantoor.

 

Nieuw bestuursdecreet en verdere digitalisering van het bestuursrecht

Het bestuursdecreet werd op 5 december 2018 goedgekeurd in het Vlaams Parlement en door de Vlaamse Regering bekrachtigd en afgekondigd op 7 december 2018.

In het bestuursdecreet worden 12 bestuurlijke decreten geïntegreerd tot een coherent geheel.

De Vlaamse Regering moet thans diverse besluiten aanpassen aan de terminologie van het bestuursdecreet. Het gaat niet om beleidsinhoudelijke wijzigingen maar om juridisch-technische aanpassingen: de verwijzingen naar een van de 12 decreten die door het bestuursdecreet opgeheven worden, worden vervangen door een verwijzing naar de overeenkomstige bepalingen in het bestuursdecreet. Er worden enkele terminologische aanpassingen doorgevoerd en waar nodig werden de uitvoeringsbesluiten van de decreten die in het bestuursdecreet zijn opgenomen, geactualiseerd. Dit wijzigingsbesluit wordt voor advies voorgelegd aan de Raad van State.

In het recent goedgekeurde bestuursdecreet is ook een regeling voorzien om lokale besturen en de Vlaamse overheid toe te laten analoge bestuursdocumenten te vervangen door rechtsgeldige elektronische kopieën, de zogenaamde ‘substitutie’.

Om uitvoering te geven aan deze regeling, heeft de Vlaamse Regering op 18 januari 2019, na advies van de Raad van State, haar definitieve goedkeuring gehecht aan het besluit dat de substitutie van analoge bestuursdocumenten regelt, zonder verlies van rechtsgeldigheid.

Zo zet de digitalisering van het bestuursrecht zich gestaag verder.

We volgen het verder op.

Blokkeer de tegoeden van uw debiteuren in het buitenland: het Europese bankbeslag met tanden

Wat is een Europees bankbeslag?

Schuldeisers met een grensoverschrijdende vordering (grensoverschrijdend in die zin dat de bankrekening van de schuldenaar zich in een andere lidstaat bevindt dan waar het verzoek tot beslag is ingediend of dan waar de schuldeiser woont) wensen in afwachting van een gerechtelijke procedure vaak bewarend beslag te leggen op de tegoeden van de schuldenaar om te vermijden dat gelden van de rekening verdwijnen vooraleer de rechter uitspraak heeft gedaan over de schuldvordering.

Voor welke vorderingen kan een schuldeiser beslag leggen?

De schuldeiser kan beslag leggen indien het een grensoverschrijdende geldelijke vordering in een burgerlijke- of handelszaak betreft. Bepaalde vorderingen zoals vorderingen aangaande faillissementen, insolventierecht, sociale zekerheid, arbitrage, erfenissen, testamenten, huwelijksvermogensrecht,… worden echter uitdrukkelijk uitgesloten.

Bij welke schuldenaars kan een Belgische schuldeiser beslag laten leggen?

De bankrekening dient door de schuldenaar te worden aangehouden bij een kredietinstelling in een EU-land, uitgezonderd Denemarken en het Verenigd Koninkrijk.

Tot welke rechter dient de schuldeiser zich te wenden en wat dient hij aan te tonen?

Hoewel de schuldeiser het beslag vroeger diende te verzoeken aan de rechter van het land waar de betrokken rekening van de schuldenaar werd geopend, kan de schuldeiser zich nu richten tot de Belgische beslagrechter. Het bevel kan worden gevraagd voorafgaand aan de procedure ten gronde, tijdens een hangende procedure of indien er reeds een titel ten gronde is.

De schuldeiser dient in zijn verzoekschrift tot bewarend beslag aan te tonen dat zijn vordering gegrond is én dat er een risico bestaat dat de latere inning van de vordering zou worden bemoeilijkt indien er niet voorafgaand beslag zou worden gelegd. Dit laatste dient enkel te worden aangetoond indien de vordering nog niet werd erkend.

Dient de schuldeiser te weten bij welke bank de schuldenaar een rekening heeft?

Vroeger diende de schuldeiser beslag te leggen bij Europese banken zonder dat hij zeker was dat er bij deze banken ook effectief rekeningen werden aangehouden door de schuldenaar, hetgeen voor de schuldeiser dan ook een kostelijke en tijdrovende procedure was. Nu kan de schuldeiser de Belgische beslagrechter evenwel verzoeken om bij de buitenlandse autoriteit informatie op te vragen inzake de bankrekeningen van de schuldenaar.

Wat als de rechter het bewarend EU-beslag toestaat?

Indien de rechter het bewarend EU-beslag toestaat, dan zal de gerechtsdeurwaarder de bankrekening van de schuldenaar blokkeren ten belope van de vordering van de schuldeiser, zodat er naderhand geen gelden meer kunnen verdwijnen.

Surprise!

De schuldenaar wordt niet op de hoogte gebracht van het verzoek tot het leggen van het bankbeslag. Wel kan de Belgische beslagrechter van de schuldeiser een zekerheid eisen zodat eventuele door de schuldenaar geleden schade kan worden vergoed.

Indien de schuldeiser effectief EU-beslag legt na machtiging van de rechter, dan kan de schuldenaar nog wel rechtsmiddelen aanwenden indien hij van oordeel is dat niet aan de voorwaarden werd voldaan.

Voor meer informatie kan u ons uiteraard steeds contacteren.

Gebouwenpasdecreet

Binnenkort kan u als houder van een zakelijk recht op een onroerend goed alle gebouw-, grond- en omgevingsgebonden informatie met betrekking tot dat gebouw of terrein online opvragen via de ‘gebouwenpas’

Recent is het decreet van 30 november 2018 betreffende de gebouwenpas in werking getreden. Ingevolge dit decreet zal u in de toekomst als houder van een zakelijk recht op een onroerend goed alle gebouw-, grond- en omgevingsgebonden informatie over dat gebouw of terrein en zijn omgeving online kunnen raadplegen via de ‘gebouwenpas’.

Momenteel worden al deze gegevens opgeslagen in verschillende databanken en dient de burger nog elke instantie afzonderlijk aan te spreken om deze gegevens te verkrijgen. De gebouwenpas is een online functie die tot doel heeft om gebouw-, grond- en omgevingsgebonden informatie uit te wisselen en digitaal op te slaan door middel van één loketfunctie. Op die manier wil de wetgever de burger informeren en de communicatie tussen de burger, ondernemingen en de overheid faciliteren.

In principe kunnen alleen houders van een zakelijk recht deze informatie opvragen. Dit zijn personen met een recht van eigendom, een recht van opstal, een erfpacht of een vruchtgebruik met betrekking tot het gebouw of de grond, op voorwaarde dat dit zakelijk recht eveneens geregistreerd is. Elke houder van een zakelijk recht kan evenwel een derde machtigen om de gegevens in de gebouwenpas te raadplegen.

De gebouwenpas omvat gebouw-, grond- en omgevingsgebonden informatie, zoals attesten keuringen, vergunningen, technische gegevens, geografische gegevensbronnen, enzovoort.

Zowel de houders van een zakelijk recht als de gemachtigde derden kunnen de gebouwenpas aanvullen en de door hun aangevulde gegevens verwijderen.

De Vlaamse Regering kan de gevallen bepalen waarin het mogelijk is om de gegevens uit de gebouwenpas geanonimiseerd ter beschikking te stellen van derden.

Het decretaal kader voor de gebouwenpas is er al, voor de concrete uitwerking daarvan is het nog wachten op de Vlaamse Regering.

Wij houden u op de hoogte van de verdere concrete uitwerking van deze gebouwenpas.

Raadpleging van de bevolking over complex project ter verbetering van de nautische toegankelijkheid tot de (achter)haven van Zeebrugge

Op 21 december 2018 heeft de Vlaamse Regering het ontwerp van voorkeursbesluit van het complex project ter verbetering van de nautische toegankelijkheid tot de (achter)haven van Zeebrugge vastgesteld.

Naar aanleiding van de vaststelling van dit ontwerp van voorkeursbesluit wordt de bevolking geraadpleegd middels een openbaar onderzoek. Volgende documenten worden gedurende dit openbaar onderzoek formeel aan het publiek voorgelegd:

– het ontwerp van voorkeursbesluit;
– de ontwerp synthesenota;
– de ontwerp effectenonderzoeksrapporten waarop de ontwerp synthesenota gebaseerd is;
– de beslissing van het team MER over de reikwijdte en het detailleringsniveau van de informatie die in het MER moet worden opgenomen.

Vanaf 21 januari 2019 tot en met 22 maart 2019 liggen deze documenten ter inzage op volgende adressen:
– Huis van de Bruggeling, Frank Van Ackerpromenade 2, 8000 Brugge
– Gemeenschapshuis van Zeebrugge, Marktplein 12, 8380 Zeebrugge
– Gemeentehuis van Knokke-Heist, Alfred Verweeplein 1, 8300 Knokke-Heist
– Maritieme Toegang, Vrijhavenstraat 3, 8400 Oostende
en op de website www.nieuwesluiszeebrugge.be

Op 6 februari 2019 is er tussen 15:00 en 20:00 uur een infomarkt in het Gemeenschapshuis, Marktplein 12, 8380 Zeebrugge.

Opmerkingen of bezwaren kan u schriftelijk indienen tot uiterlijk vrijdag 22 maart 2019 op de volgende manieren:
– via mail naar nieuwesluiszeebrugge@mow.vlaanderen.be
– brief afgeven tegen ontvangstbewijs op het Huis van de Bruggeling, Frans Van Ackerpromenade 2, 8000 Brugge
– brief afgeven in de Gemeenteafdeling Zeebrugge, Marktplein 12, 8380 Zeebruge
– brief opsturen naar Frederik Buffel, Maritieme Toegang, Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Vrijhavenstraat 3, 8400 Oostende.