BLOG KENNIS IS VOORSPRONG

Het nieuwe insolventierecht – wijzigingen betreffende de bestuurdersaansprakelijkheid

De Wet van 11 augustus 2017 voorziet in een nieuw Boek XX dat zal worden toegevoegd aan het Wetboek van Economisch Recht. Dit Boek smelt de WCO en de faillissementswet samen met het oog op een coherente en leesbare wetgeving dewelke ook inhoudelijk grondig wordt gewijzigd.
In Titel VII van Boek XX worden een aantal bestaande wetsbepalingen inzake bestuurdersaansprakelijkheid overgeheveld van het vennootschapsrecht naar het insolventierecht, zijnde de bestaande aansprakelijkheid wegens kennelijk grove fout die heeft bijgedragen tot het faillissement en de bestaande objectieve aansprakelijkheid voor niet-betaalde sociale bijdragen in hoofde van bestuurders of zaakvoerders die in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het faillissement betrokken zijn geweest bij minstens twee faillissementen of vereffeningen waarbij RSZ-schulden onbetaald zijn gebleven.
Daarnaast voert de wetgever een nieuwe aansprakelijkheidsregel in, dewelke in de rechtspraak en rechtsleer reeds gekend is als “wrongful trading”. Dit betreft een aansprakelijkheidsvordering – dewelke enkel kan worden ingesteld door de curator – wegens het in stand houden van een reddeloos verloren onderneming, waarbij de schulden de baten overtreffen. Onder bepaalde voorwaarden kan men zodoende persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor het geheel of een deel van de schulden van de onderneming ten belope van het tekort. De wetgever wenst ondernemingen op die manier aan te zetten om zo snel mogelijk actie te ondernemen, en niet wanneer het reeds te laat is.
Het nieuwe insolventierecht is van toepassing op insolventieprocedures na 1 mei 2018. Lees meer : Het nieuwe insolventierecht (bestuurdersaansprakelijkheid)

Het nieuwe insolventierecht – wijzigingen betreffende de gerechtelijke reorganisatie en het faillissement

De Wet van 11 augustus 2017 voorziet in een nieuw Boek XX dat zal worden toegevoegd aan het Wetboek van Economisch Recht. Dit Boek smelt de WCO en de faillissementswet samen met het oog op een coherente en leesbare wetgeving dewelke ook inhoudelijk grondig wordt gewijzigd.
Bij de gerechtelijke reorganisatie kan de onderneming drie opties overwegen, zijnde het minnelijk akkoord, het collectief akkoord en de overdracht onder gerechtelijk gezag. De nieuwe wetgeving voert dienaangaande een aantal punctuele wijzigingen door.
Een belangrijke wijziging betreft de neerlegging van een verzoekschrift met aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie hetwelk niet langer volstaat om de openbare verkoop tegen te houden. Deze wijziging is er gekomen om misbruik tegen te gaan van schuldenaars dewelke herhaaldelijk dergelijke verzoekschriften neerlegden.
Hoewel het initiële wetsontwerp nog het tegenovergestelde preciseerde, verwerven fiscale en sociale schulden ontstaan tijdens de periode van opschorting bovendien wel degelijk het statuut van boedelschuld.
De nieuwe wetgeving moedigt het sluiten van een minnelijk akkoord aan en voorziet er in dat de rechtbank het gerechtelijk minnelijk akkoord – mits marginale toetsing – homologeert en uitvoerbaar verklaart. Ook een buitengerechtelijk akkoord kan facultatief worden gehomologeerd.
Voor wat betreft het collectief akkoord wijzigt de wetgever de definitie van “buitengewone schuld-vorderingen in de opschorting”, als volgt: “de schuldvorderingen in de opschorting die gewaarborgd zijn op het ogenblik van de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie, door een zakelijke zekerheid, en de schuldvorderingen van de schuldeisers-eigenaars”. Bovendien wordt de minimumdrempel van het terug te betalen bedrag in hoofdsom verhoogd van 15% naar 20%.
Inzake de overdracht onder gerechtelijk gezag bestaat er voor de overnemer thans de mogelijkheid om lopende overeenkomsten mee op te nemen zonder dat een medecontractant zijn toestemming hiervoor dient te geven (op voorwaarde evenwel dat de overeenkomst niet persoonsgebonden is en de overnemer de uitstaande schulden van het contract betaalt).
Ook voor wat betreft het faillissement werd er door de wetgever in een aantal wijzigingen voorzien.
Gelet op het feit dat de wetgever de “tweede kans” voor de ondernemer wenst te bevorderen, komen goederen en inkomsten die de gefailleerde na faillissementsdatum verwerft, in principe niet meer toe aan de faillissementsboedel (tenzij de oorzaak van het verkrijgen het faillissement voorafgaat).
Tevens werd de verschoonbaarverklaring van een natuurlijke persoon vervangen door een (snelle) kwijtschelding, dit eveneens met het oog op de “tweede kans” van de ondernemer.
Het nieuwe insolventierecht is van toepassing op insolventieprocedures na 1 mei 2018. Meer lezen : Het nieuwe insolventierecht (gerechtelijke reorganisatie en faillissement)

WET BETREFFENDE DE VERSTERKING VAN DE ECONOMISCHE GROEI EN SOCIALE COHESIE

Op 30 maart 2018 werd de Wet betreffende de versterking van de economische groei en sociale cohesie gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Met deze nieuwe wet wordt een volgende belangrijke stap gezet in de uitvoering van het Zomerakkoord.

Deze wet voorziet in verschillende nieuwigheden, aanpassingen en uitbreidingen, zowel op voor het arbeidsrecht, als het socialezekerheidsrecht.

Bij een opzegging door de werkgever worden de opzeggingstermijnen voor werknemers met een anciënniteit van zes maanden of minder verkort. De na te leven termijnen bij een opzegging door de werknemer blijven ongewijzigd. De verkorte opzeggingstermijnen zijn van toepassing vanaf 1 mei 2018. Deze opzeggingen die betekend werden vóór 1 mei 2018 blijven hun gevolgen behouden.

Daarnaast wordt sinds 9 april 2018 ook voorzien in een recht op overleg inzake deconnectie. Door het gebruik van smartphones e.d.m. zijn werknemers meer en meer bereikbaar voor hun werkgever, waardoor de grens tussen werk en privé in het gedrang kan komen. Werknemers kunnen dergelijke problemen thans voorleggen aan de werkgever opdat er tot een oplossing kan worden gekomen.

Vervolgens wordt eveneens voorzien in goedkopere startersjobs voor jonge werknemers zonder werkervaring. Mits betaling van een forfaitaire toeslag aan de jonge werknemer kunnen werkgevers het brutoloon van deze werknemers verminderen, zonder het nettoloon van de jonge werknemer evenwel te doen dalen. Deze maatregel is van toepassing op arbeidsovereenkomsten die gesloten worden vanaf 1 juli 2018.

Ten slotte voorziet de wet in tal van andere maatregelen, zoals de financiering van projecten ter preventie van burn-outs, de opheffing van het algemeen verbod op het gebruik van uitzendkrachten in bepaalde sectoren, wijzigingen inzake de referteperiode voor de waarborg van het Sluitingsfonds, enz.

Voor meer informatie kan u terecht bij Forum Advocaten en kan u eveneens terugvinden in de bijgevoegde powerpoint: Wet economische groei en sociale cohesie

Nieuwsbrief FORUM ADVOCATEN – De Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR)

Lees hier onze beknopte nieuwsbrief: Nieuwsbrief Algemene Verordening Gegevensbescherming

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR)

Lees meer : Algemene Verordening Gegevensbescherming

Verstek, verzet en hoger beroep

Met de Potpourri-wetten heeft de wetgever de bedoeling om tot een betere proces-economie te komen waarbij een herwaardering van de eerste aanleg moet leiden tot de concentratie van geschillen voor de eerste rechter.

Met Potpourri V werd het verzet tegen een verstekvonnis sterk ingeperkt. Daar waar eerst voorzien werd in een soepelere regeling gelijkaardig aan het strafprocesrecht, heeft de wetgever ervoor gekozen om het recht op verzet drastisch in te perken.

Voortaan is enkel nog verzet mogelijk tegen een verstekvonnis dat in laatste aanleg is gewezen. Staat tegen het verstekvonnis hoger beroep open dan kan men geen verzet meer aantekenen en moet men hoger beroep instellen, hetgeen zal leiden tot aanzienlijk meer procedures in hoger beroep.

Ten gevolge daarvan werd de regeling met betrekking tot de voorlopige tenuitvoerlegging aangepast. Verzet of hoger beroep van de versteklatende partij schorsen de voorlopig tenuitvoerlegging, tenzij de rechter anders bepaalt.

Dagvaarding in gedwongen tussenkomst is in principe niet mogelijk in hoger beroep. Hoe deze regel in verhouding staat met verstekvonnissen waartegen geen verzet meer mogelijk is, zal de toekomst moeten uitwijzen.

Het valt eveneens nog af te wachten of de beperking van het verzet verenigbaar is met de doelstellingen van de Potpourri-wetten.

Meer weten ? Potpourri V – Vestek, verzet en hoger beroep

Ons kantoor werkt op 18/12 a.s. één uur voor SOS Kinderdorpen

171012_W1HFL_LinkedinCover_NL-Wij

De wet van 21 december 2013 inzake de financiering voor KMO’s

Naar aanleiding van de wet van 21 december 2013 inzake de financiering voor KMO’s zijn recentelijk heel wat geschillen beslecht voor de rechtbanken met betrekking tot de wederbeleggingsvergoeding. Deze wet past de beperking van de wederbeleggingsvergoeding tot 6 maanden intrest, zoals deze voor de lening op intrest van oudsher voorzien is in artikel 1907bis B.W., nu ook toe op de kredietopening.
De lening en kredietopening zijn twee figuren die dicht tegen elkaar aanleunen doch fundamenteel verschillend zijn. Het is van belang een onderscheid tussen de twee te maken. Voor de lening op intrest geldt artikel 1907bis B.W. dat de wederbeleggingsvergoeding altijd beperkt tot 6 maanden intrest. Deze grens wordt ook voorzien door de wet van 21 december 2013 in geval van kredietopening, maar slechts voor kredieten gesloten na 10 januari 2014. Voor andere kredietopening is een onbegrensde wederbeleggingsvergoeding in principe mogelijk.

Het belangrijkste kenmerk om te bepalen of er sprake is van een lening dan wel een kredietopening is de vrijheid van de kredietnemer om zijn krediet op te nemen en terug te betalen naar eigen goeddunken. Deze vrijheid ontbreekt bij de lening. In combinatie met andere kenmerken, zoals bijvoorbeeld de al dan niet eenmalige opname, dient de rechter in concreto het krediet te (her)kwalificeren. De benaming die de partijen aan het krediet gegeven hebben, is daarbij van geen belang.
Meer weten : Wederbeleggingsvergoeding

Dag van de ruimtelijke ordening (1 december 2017)

Op 1 december 2017 zullen Reiner Tijs en Sanne Schepers ons kantoor vertegenwoordigen op de studiedag ruimtelijke ordening die jaarlijks georganiseerd wordt door Escala.

Zij zullen spreken over volgende onderwerpen: planning, (omgevings)vergunningen, vergunningen en burgerlijke rechten, aansprakelijkheid inzake ruimtelijke ordening.

Voor meer informatie en inschrijvingen kan u terecht op www.escala.be. Wij hopen u daar ook te mogen verwelkomen.
Indien u dit wenst, verzorgen wij ook een gepersonaliseerde studiedag over een door u gekozen onderwerp. U kan hiervoor steeds contact opnemen met r.tijs@forumadvocaten.be.