BLOG KENNIS IS VOORSPRONG

Opleiding “Openbaarheid van bestuur” en “Motivering van bestuurshandelingen”

Reiner Tijs organiseert op 18 oktober een studievoormiddag over “openbaarheid van bestuur”.
Op 23 oktober organiseert hij een studievoormiddag over de “motivering van bestuurshandelingen”.

Inschrijven kan via Escala (http://www.escala.be/).

Zijn er onderwerpen waarover u graag een studiedag zou willen volgen?

Laat het dan even weten via r.tijs@forumadvocaten.be. We kunnen dan bekijken of het haalbaar is om dit te organiseren.

OPGELET: Verleent u een dienst of verschaft u een maatschappelijke zetel aan een vennootschap? Registreer u dan!

Verplichting om zich als dienstverlener vooraf te registreren

In het kader van de antiwitwaswetgeving zijn dienstverleners aan vennootschappen vanaf 1 september 2018 verplicht om zich te registreren bij de FOD Economie. De registratie dient te gebeuren vooraleer u start met uw dienstverleningsactiviteit.

Meer weten?  Registratie dienstverlener

 

Opgelet : Boete indien u als bestuurder van een vennootschap nalaat om informatie aangaande de uiteindelijke begunstigden te registreren !

Het UBO-register

In het kader van de antiwitwaswetgeving werd een Belgisch UBO-register ingevoerd, zijnde een centraal register bij de FOD Financiën, waarin gegevens dienen te worden opgenomen over Belgische vennootschapen (en andere juridische entiteiten) en de “uiteindelijke begunstigden”.

In het geval van een vennootschap worden de natuurlijke personen die rechtstreeks of onrechtstreeks 25% van de aandelen, van het kapitaal of van de stemrechten bezitten, beschouwd als uiteindelijke begunstigden. Ook de natuurlijke personen die zeggenschap hebben over de vennootschap via andere middelen, worden beschouwd als uiteindelijke begunstigden. Indien geen uiteindelijke begunstigde wordt gevonden, wordt het bestuur beschouwd als uiteindelijke begunstigde.

Ook de achterliggende natuurlijke personen bij vzw’s, stichtingen, trusts, fiducieën en andere juridische constructies die hiermee vergelijkbaar zijn, kunnen worden beschouwd als uiteindelijke begunstigden.

Hoewel de verplichting om informatie over de uiteindelijke begunstigde in te winnen en bij te houden reeds bestond, werden de praktische modaliteiten van het UBO-register nog niet bepaald. Met het Koninklijk Besluit van 14 augustus 2018 is hier verandering in gekomen.

Wat moet u als bestuurder doen?

Bestuurders van Belgische vennootschappen (en andere juridische entiteiten) dienen aan het Register toereikende, accurate en actuele informatie mee te delen aangaande de uiteindelijke begunstigden, waaronder de naam, geboortedatum, verblijfsadres, omvang van het uiteindelijke belang,…

Dit zal dienen te gebeuren met een elektronische identiteitskaart via het platform MyMinFin.

Wanneer moet u dit doen?

Het UBO-register treedt op 31 oktober 2018 in werking. Ondernemingen hebben de tijd tot 31 maart 2019 om de informatie aangaande de uiteindelijke begunstigden aan het UBO-register over te maken.

Elke wijziging aangaande de informatie van de uiteindelijke begunstigde dient binnen één maand na kennisname van de wijziging te worden geregistreerd (bijvoorbeeld bij aandelenoverdracht). De geregistreerde informatie dient bovendien jaarlijks te worden gecontroleerd en bevestigd of bijgewerkt.

Wie kan het register raadplegen?

De informatie in het UBO-register kan worden geraadpleegd door de bevoegde autoriteiten. Mits betaling zal ook eenieder (beperkte) toegang hebben tot de informatie, dit via de naam of het KBO-nummer van de vennootschap. Indien het geen vennootschap betreft, maar bijvoorbeeld een stichting of een vereniging, dient echter een legitiem belang te worden aangetoond vooraleer men het register kan raadplegen.

Sanctie?

Indien u de vereiste informatie niet inwint en bijhoudt of indien u de informatie niet tijdig, onjuist of onvolledig overmaakt aan het register, kan er een (hoge) geldboete worden opgelegd.

Voor meer informatie kan u uiteraard steeds contact met ons opnemen.

 

Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 108/2

Naar aanleiding van advies nr. 2.091 van 24 juli 2018 van de Nationale Arbeidsraad werd de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 108 geëvalueerd en gewijzigd. Deze cao heeft betrekking op opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid, die de horeca aan de kust vaak gebruikt om piekdagen in de zomer te kunnen overbruggen.

De bestaande cao nr. 108 werd gewijzigd voor wat betreft het begrip “nood aan flexibiliteit” en de informatie- en raadplegingsprocedure.

Opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid kunnen enkel gebruikt worden wanneer de “nood aan flexibiliteit” wordt bewezen. Onder het begrip “nood aan flexibiliteit” verstaan we voortaan het volgende: “de nood aan flexibiliteit wordt door de gebruiker bewezen voor zover en in de mate dat het werkvolume bij de gebruiker afhankelijk is van externe factoren of het werkvolume sterk fluctueert of gekoppeld is aan de aard van de opdracht”. Dit wil zeggen dat het aantal opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid voortaan in verhouding dient te zijn met de bewezen nood aan flexibiliteit.

De informatie- en raadplegingsprocedure wordt in dat kader versterkt doordat de ondernemingsraad en de vakbondsafvaardiging een belangrijkere rol zullen spelen. Zij ontvangen immers gedetailleerde informatie over het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid, het aantal dagcontracten, het bewijs van de “nood aan flexibiliteit”, enz. Zij worden bovendien jaarlijks geraadpleegd over het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid binnen de onderneming.

Cao nr. 108 wordt om de twee jaar geëvalueerd is. De wijzigingen die thans werden aangebracht aan de bestaande cao treden in werking vanaf 1 oktober 2018.

Meer weten ? cao nr 108 (2)

Welkom Joëlle Gillemot

Wij verwelkomen onze nieuwe stagiair Joëlle Gillemot op ons kantoor. Zij zal werkzaam zijn binnen de vakgroep publiek recht, waar zij zal samenwerken met Reiner Tijs. Wij wensen haar veel succes toe en zijn er zeker van dat zij zich snel zal thuisvoelen in het FORUM-team.

Welkom Lander Heylen

Wij verwelkomen onze nieuwe stagiair Lander Heylen op ons kantoor. Hij zal werkzaam zijn binnen de vakgroep arbeidsrecht en sociaal recht, waar hij zal samenwerken met Jana Kern en Maxime Jeanray. Wij wensen hem veel succes toe en zijn er zeker van dat hij zich snel zal thuisvoelen in het FORUM-team.

De regels met betrekking tot de effecten en de eraan verbonden rechten worden sterk gewijzigd door de hervorming van het vennootschapsrecht

Met de hervorming van het vennootschapsrecht en het nieuwe Wetboek voor Vennootschappen en Verenigingen worden de regels met betrekking tot de effecten en de eraan verbonden rechten aanzienlijk gewijzigd. Vooral voor de Besloten Vennootschap (BV) zijn er enkele belangrijke wijzigingen. De regels betreffende de effecten en de eraan verbonden rechten worden voornamelijk versoepeld. Ook voor de NV werd er gesleuteld aan de regels betreffende de effecten en de eraan verbonden rechten. Het gevolg hiervan is dat de regels voor de BV en de NV gelijkaardiger worden. Naast de effecten en de eraan verbonden rechten werd eveneens het leeuwenbeding onder handen genomen. Meer weten? Hervorming vennootschapsrecht – Effecten

20 dagen voor verzoekschrift tussenkomst bij Raad voor Vergunningsbetwistingen is niet te kort

Binnen het administratief recht gelden bijzonder strikte, maar vaak ook korte termijnen. Zo is het ook met de tussenkomst in de procedures bij de Raad van State en de Raad voor vergunningsbetwistingen. Bij de Raad van State geldt een termijn van 30 dagen. Bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen 20 dagen.

Dit verschil vorm volgens het Grondwettelijk Hof geen schending van het gelijkheidsbeginsel (GH nr. 40/2018 van 29 maart 2018).
Het verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van personen dat voortvloeit uit de toepassing van verschillende procedureregels in verschillende omstandigheden houdt op zich geen discriminatie in. Van discriminatie zou slechts sprake zijn indien het verschil in behandeling dat voortvloeit uit de toepassing van die procedureregels een onevenredige beperking van de rechten van de daarbij betrokken personen met zich zou meebrengen. Volgens het Grondwettelijk Hof is er evenwel geen sprake van een “onevenredige beperking” van de rechten van de betrokken personen.

Het Hof overweegt dat de vervaltermijn van minstens twintig dagen de mogelijke tussenkomende partij niet verplicht om zonder overleg met haar raadsman een actieve houding aan te nemen gedurende de procedure voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen, aangezien die mogelijke tussenkomende partij ofwel reeds betrokken partij was bij de administratieve vergunningsprocedure, ofwel als derde partij door de griffier bij betekening werd verwittigd van het verzoekschrift.
Van de partij die wenst tussen te komen wordt evenmin verwacht dat zij, vanaf dat ogenblik, haar stellingname betreffende de inhoud van het beroep tot vernietiging motiveert, maar enkel dat zij een formeel verzoekschrift indient waarin zij haar belang om tussen te komen aantoont.
Ten slotte is een dergelijke maatregel, volgens het Hof, wat ook het gevolg van de niet-naleving van die termijn voor de partij die wenst tussen te komen moge zijn, niet zonder redelijke verantwoording ten aanzien van de door de decreetgever nagestreefde doelstelling, mede gelet op het algemeen rechtsbeginsel dat de strengheid van het decreet in geval van overmacht of van onoverwinnelijke dwaling kan worden gemilderd, beginsel waarvan het betrokken decreet niet is afgeweken.
Kortom, 20 dagen om het verzoekschrift tot tussenkomst bij de RvVb in te dienen is (in principe) niet te kort.
Verrassend is deze uitspraak niet in het licht van eerdere rechtspraak rond dit onderwerp.
Maar meteen is het ook wel een gelegenheid om onze cliënten uit te nodigen om zeker niet te lang te wachten om contact op te nemen. Zo blijft er nog voldoende tijd om het verzoek tot tussenkomst voor te bereiden en in te dienen.

Regeling archeologienota nogmaals gewijzigd: melding volstaat

In bepaalde gevallen dient een archeologienota toegevoegd te worden aan de aanvraag tot omgevingsvergunning.

Eerst diende deze archeologienota bekrachtigd te zijn. Nadien werd de regelgeving gewijzigd en mocht men een archeologienota indienen die nog niet bekrachtigd was, maar waarvan de nota ter bekrachtiging voorlag. De bekrachtiging diende dan aanwezig te zijn vooraleer de beslissing genomen werd over de vergunningsaanvraag.

Met het nieuwe decreet wordt deze regeling opnieuw gewijzigd. Het systeem van bekrachtiging wordt vervangen door een systeem van melding.
Thans volstaat een “archeologienota waarvan akte is genomen of de gemelde archeologienota”.

De regeling treedt in werking op een door de Vlaamse regering te bepalen datum. Wij volgende het op.

(Zie Decreet van 13 juli 2018 houdende de wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 naar aanleiding van de ex-post evaluatie, B.S. 27 augustus 2018)