BLOG KENNIS IS VOORSPRONG

Verstek, verzet en hoger beroep

Met de Potpourri-wetten heeft de wetgever de bedoeling om tot een betere proces-economie te komen waarbij een herwaardering van de eerste aanleg moet leiden tot de concentratie van geschillen voor de eerste rechter.

Met Potpourri V werd het verzet tegen een verstekvonnis sterk ingeperkt. Daar waar eerst voorzien werd in een soepelere regeling gelijkaardig aan het strafprocesrecht, heeft de wetgever ervoor gekozen om het recht op verzet drastisch in te perken.

Voortaan is enkel nog verzet mogelijk tegen een verstekvonnis dat in laatste aanleg is gewezen. Staat tegen het verstekvonnis hoger beroep open dan kan men geen verzet meer aantekenen en moet men hoger beroep instellen, hetgeen zal leiden tot aanzienlijk meer procedures in hoger beroep.

Ten gevolge daarvan werd de regeling met betrekking tot de voorlopige tenuitvoerlegging aangepast. Verzet of hoger beroep van de versteklatende partij schorsen de voorlopig tenuitvoerlegging, tenzij de rechter anders bepaalt.

Dagvaarding in gedwongen tussenkomst is in principe niet mogelijk in hoger beroep. Hoe deze regel in verhouding staat met verstekvonnissen waartegen geen verzet meer mogelijk is, zal de toekomst moeten uitwijzen.

Het valt eveneens nog af te wachten of de beperking van het verzet verenigbaar is met de doelstellingen van de Potpourri-wetten.

Meer weten ? Potpourri V – Vestek, verzet en hoger beroep

Ons kantoor werkt op 18/12 a.s. één uur voor SOS Kinderdorpen

171012_W1HFL_LinkedinCover_NL-Wij

De wet van 21 december 2013 inzake de financiering voor KMO’s

Naar aanleiding van de wet van 21 december 2013 inzake de financiering voor KMO’s zijn recentelijk heel wat geschillen beslecht voor de rechtbanken met betrekking tot de wederbeleggingsvergoeding. Deze wet past de beperking van de wederbeleggingsvergoeding tot 6 maanden intrest, zoals deze voor de lening op intrest van oudsher voorzien is in artikel 1907bis B.W., nu ook toe op de kredietopening.
De lening en kredietopening zijn twee figuren die dicht tegen elkaar aanleunen doch fundamenteel verschillend zijn. Het is van belang een onderscheid tussen de twee te maken. Voor de lening op intrest geldt artikel 1907bis B.W. dat de wederbeleggingsvergoeding altijd beperkt tot 6 maanden intrest. Deze grens wordt ook voorzien door de wet van 21 december 2013 in geval van kredietopening, maar slechts voor kredieten gesloten na 10 januari 2014. Voor andere kredietopening is een onbegrensde wederbeleggingsvergoeding in principe mogelijk.

Het belangrijkste kenmerk om te bepalen of er sprake is van een lening dan wel een kredietopening is de vrijheid van de kredietnemer om zijn krediet op te nemen en terug te betalen naar eigen goeddunken. Deze vrijheid ontbreekt bij de lening. In combinatie met andere kenmerken, zoals bijvoorbeeld de al dan niet eenmalige opname, dient de rechter in concreto het krediet te (her)kwalificeren. De benaming die de partijen aan het krediet gegeven hebben, is daarbij van geen belang.
Meer weten : Wederbeleggingsvergoeding

Dag van de ruimtelijke ordening (1 december 2017)

Op 1 december 2017 zullen Reiner Tijs en Sanne Schepers ons kantoor vertegenwoordigen op de studiedag ruimtelijke ordening die jaarlijks georganiseerd wordt door Escala.

Zij zullen spreken over volgende onderwerpen: planning, (omgevings)vergunningen, vergunningen en burgerlijke rechten, aansprakelijkheid inzake ruimtelijke ordening.

Voor meer informatie en inschrijvingen kan u terecht op www.escala.be. Wij hopen u daar ook te mogen verwelkomen.
Indien u dit wenst, verzorgen wij ook een gepersonaliseerde studiedag over een door u gekozen onderwerp. U kan hiervoor steeds contact opnemen met r.tijs@forumadvocaten.be.

De integrale uitsluiting van mensen die lijden aan diabetes type 1 uit eender welke functie aan de haven maakt een discriminatie uit op grond van handicap – arbeidshof Antwerpen bevestigt voorgaande rechtspraak

Een kleine maand voor Wereld Diabetes Dag (vandaag, 14 november 2017) heeft het Arbeidshof te Antwerpen opnieuw een belangrijk arrest geveld in verband met personen die lijden aan diabetes type 1 en dus dagelijks insuline moeten spuiten, wiens toegang tot de havenarbeid zonder meer werd geweigerd op basis van hun ziekte.

Op 16 oktober 2017 bevestigde het Arbeidshof te Antwerpen dat de uitsluiting van kandidaat-havenarbeiders op grond van hun suikerziekte een discriminatie uitmaakt op grond van een handicap.
Een gelijkaardige zaak werd reeds eerder in die zin in graad van beroep door het Arbeidshof te Antwerpen beslecht en later ook bevestigd door het Hof van Cassatie (Arbh. 21 november 2011 2010/AA/334, Cass. 14 december 2015, Arr. Cass. 2015, afl. 12, 2957).

Het Arbeidshof te Antwerpen bevestigt dat de medische geschiktheid van een kandidaat-havenarbeider individueel en functiespecifiek beoordeeld moet te worden. Er mag geen beleid worden gevoerd waarbij iedere kandidaat-havenarbeider automatisch wordt uitgesloten vanuit eender welke functie aan de haven omwille van zijn ziekte, diabetes mellitus type 1.
De feiten deden zich voor in de haven van Antwerpen. De wet van 8 juni 1982 betreffende de havenarbeid maakt havenarbeid enkel mogelijk voor erkende havenarbeiders. Een van de voorwaarden daarbij is dat men medisch geschikt moet zijn voor havenarbeid.

Net daar knelde het schoentje in de voorliggende zaak. Een vrouw, die haar droom wenste waar te maken en in de haven van Antwerpen wilde werken, werd door de arbeidsgeneesheer medisch ongeschikt verklaard voor eender welke functie aan de haven, aangezien ze lijdt aan diabetes mellitus type 1, de insulineafhankelijke vorm van diabetes. Reden hiervoor was dat de medische criteria die werden gehanteerd uitgingen van een medische geschiktheid voor eender welke functie aan de haven.
Op grond van de Antidiscriminatiewet vorderde zij een forfaitaire schadevergoeding van 6 maanden brutoloon en daarnaast om de medische criteria, die de arbeidsgeneesheer gebruikt om tot zijn beslissing te komen, evenals de beslissing van medische ongeschiktheid zelf, (absoluut) nietig te verklaren.

In casu werd niet betwist dat de betrokken mevrouw medisch ongeschikt werd verklaard omwille van haar diabetes mellitus type 1. Het Arbeidshof oordeelde – in tegenstelling tot de arbeidsrechtbank te Antwerpen in eerste aanleg – dat er sprake was van een directe discriminatie op grond van “handicap”.

In zijn arrest van 11 april 2013 (HvJ 11 april 2013, zaak C-335/11) verfijnde het Hof van Justitie de rechtspraak aangaande het begrip “handicap”, voortkomend uit het arrest Chacon Navas van 2006. In het licht van deze nieuwe interpretatie bevestigt het Arbeidshof dat de gezondheidstoestand als gevolg van de diabetes mellitus type 1, langdurig is en betrokkene belet om volledig, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid met andere werknemers aan het beroepsleven deel te nemen. Diabetes mellitus type 1 dient dan ook als een handicap te worden beschouwd in de zin van de Antidiscriminatiewet, wat gevolgen heeft op het vlak van de handhaving van de antidiscriminatiewet.

De directe discriminatie op grond van handicap kan in de haven niet gerechtvaardigd worden op grond van een wezenlijke of bepalende beroepsvereiste. Hoewel er een legitiem doel wordt nagestreefd (namelijk arbeidsveiligheid), is er niet voldaan aan de proportionaliteitstoets.
Het medisch onderzoek met het oog op de tewerkstelling moet functiespecifiek geschieden rekening houdende met de concrete taken die er uitgevoerd moeten worden. In casu werd geen functiespecifiek onderzoek gevoerd, wat strijdig is met de Antidiscriminatiewet.

Op grond van artikel 15 van de Antidiscriminatiewet is het Arbeidshof dan ook van oordeel dat de medische criteria, alsook de uiteindelijke beslissing die door de arbeidsgeneesheer werd genomen,
nietig is. Ook de gevraagde schadevergoeding van 6 maanden brutoloon werd door het Arbeidshof toegekend.
Dit arrest van het Arbeidshof is belangrijk.
Niet alleen wordt het nogmaals duidelijk dat discriminatie bij de toegang tot de arbeid meer en meer gesanctioneerd wordt, maar ook is deze rechtspraak van belang voor iedere persoon die lijdt aan diabetes mellitus type 1.
Diabetes mellitus type 1 mag niet zonder meer een obstakel vormen in de zoektocht naar een job, zowel aan de haven, als daarbuiten. Uiteraard is arbeidsveiligheid eveneens een uiterst belangrijke factor, reden waarom bij medische evaluaties, die nodig zijn bij bepaalde functies, rekening moet worden gehouden met de specifieke functie waarvoor gesolliciteerd wordt en de specifieke gezondheidstoestand van de kandidaat.
Voor de circa 30.000 personen in België die aan diabetes mellitus type 1 lijden, is dit dan ook een zeer belangrijke uitspraak.

Daarnaast heeft deze uitspraak ook een mogelijk belang voor andere ziekten en/of lichamelijke beperkingen die onder de noemer van het begrip handicap kunnen worden gebracht en die voor de betrokkene op langdurige wijze belet om volledig en daadwerkelijk en op voet van gelijkheid met andere werknemers aan het beroepsleven deel te nemen.
Goed nieuws is dat er enkele jaren geleden verandering is gekomen in de haven van Antwerpen.
Aan de haven van Antwerpen wordt nu sedert enkele jaren op een andere manier een medische beoordeling doorgevoerd, dit, mede door toedoen van de gevormde principerechtspraak in beide voormelde zaken.
Naar de inhoud van het arrest: Arbeidshof Antwerpen 16 oktober 2017, AR 2016/AA/528 (lees meer: Arrest arbeidshof Antwerpen 16 oktober 2017 )

Strafrechtelijke verantwoordelijkheid rechtspersonen

Op 1 november 2017 titelde De Tijd: “Bedrijven moeten verkeersboetes werknemers betalen”. Minister Bellot wenst op burgerrechtelijk niveau een mouw te passen aan het feit dat veel verkeersboetes niet betaald worden. Hiermee viseert men voornamelijk de zogenaamde poolwagens, die door verschillende werknemers op verschillende tijdstippen gebruikt worden, waardoor het moeilijk is te achterhalen welke werknemer de verkeersovertreding begaan heeft. Hierdoor worden veel verkeersboetes niet betaald.

Met deze mogelijke wetswijziging wenst de Minister het burgerrechtelijke aspect zoveel mogelijk te laten aansluiten bij het strafrechtelijke. Op strafrechtelijk niveau is het immers mogelijk om zowel de geïdentificeerde natuurlijke persoon, als de rechtspersoon aansprakelijk te stellen voor eenzelfde misdrijf. Deze mogelijkheid werd ingevoerd door de Wet van 4 mei 1999 en wordt thans gewaarborgd in artikel 5 van het Strafwetboek.

Het is echter mogelijk om deze cumul opzij te schuiven en ofwel de geïdentificeerde natuurlijke persoon ofwel de rechtspersoon aansprakelijk te stellen. Meer nog: de rechtspraak maakt van deze decumul het principe, waardoor men slechts onder strikte voorwaarden zowel de geïdentificeerde persoon, als de rechtspersoon kan veroordelen voor eenzelfde feit.

In de bijgaande powerpoint wordt onder meer een overzicht gegeven van de verschillende voorwaarden die moeten worden nageleefd opdat er sprake is van een cumul of een decumul.
Strafrechtelijke verantwoordelijkheid rechtspersonen

Vacature

FORUM ADVOCATEN heeft een vacature voor een medewerker (3 tot 5 jaar ervaring) in de vakgroep arbeidsrecht.

De kandidaten beschikken over een goed analytisch, synthetiserend en probleemoplossend vermogen. Zij zijn sterk in het geschreven en gesproken woord en kunnen argumenten gestructureerd en goed onderbouwd uitwerken. De kandidaten zijn gedreven en loyaal. Zij zijn bereid om in teamverband te werken.

Het kantoor biedt u een aangename werkomgeving (op het Eilandje) met mogelijkheden om u professioneel (verder) te ontplooien binnen een groeiende jonge en dynamische groep van gespecialiseerde collega’s.

Uw cv + motivatiebrief mag u toezenden aan j.kern@forumadvocaten.be.

Uit de motivatiebrief moet tevens blijken dat de kandidaat in staat is om een behoorlijk geschreven tekst uit te werken waarin hij/zij de meerwaarde voor het kantoor toelicht en waarin hij/zij ook aandacht besteedt aan de verwachtingen ten aanzien van het kantoor.

Het nieuwe insolventierecht

De Wet van 11 augustus 2017 voorziet in een nieuw Boek XX dat zal worden toegevoegd aan het Wetboek van Economisch Recht. Dit Boek smelt de WCO en de faillissementswet samen met het oog op een coherente en leesbare wetgeving dewelke ook inhoudelijk grondig wordt gewijzigd.
Met deze nieuwe insolventiewetgeving wordt tegemoetgekomen aan de eis van modernisering en digitalisering. Eveneens wordt het personeel toepassingsgebied in dergelijke mate uitgebreid zodat beide insolventieprocedures openstaan voor alle ondernemers, ongeacht of zij al dan niet handelaar zijn.
Tevens wordt het ondernemerschap sterk aangemoedigd aan de hand van de tweede kans voor de ondernemer. Minnelijke akkoorden buiten een procedure van gerechtelijke reorganisatie kunnen in de nabije toekomst worden gehomologeerd via een informele procedure. Verder heeft men een samenhangende regelgeving aangaande bestuurdersaansprakelijkheid voor ogen en houdt men rekening met de grensoverschrijdende dimensie van de insolventie.
Het insolventierecht wordt zodoende grondig gewijzigd, hetgeen noodzakelijk was rekening houdend met de thans bestaande gefragmenteerde, verouderde en moeilijk leesbare wetgeving.
Het nieuwe insolventierecht is van toepassing op insolventieprocedures na 1 mei 2018.
Meer weten : Het nieuwe insolventierecht

Stakingsrecht

Stakingen zijn iets van alle tijden. In maart 1886 vond in België de eerste algemene staking plaats waarbij verschillende eisen op tafel lagen, zoals bijvoorbeeld het verbod op mijnarbeid voor vrouwen en kinderen. Het maatschappelijk draagvlak voor deze stakingen was enorm. Iedereen was het eens over het feit dat vrouwen en kinderen niet tewerkgesteld mochten worden in de mijnen.

Vandaag de dag is het gevoel anders. ACOD heeft aangekondigd dat er op 10 oktober 2017 gestaakt zal worden en dat verschillende publieke diensten niet beschikbaar zullen zijn. Het maatschappelijk draagvlak voor deze staking is echter veel minder dan in het verleden, omdat een overgroot deel van de mensen niet weet waarom er gestaakt zal worden op 10 oktober 2017. Het draagvlak wordt bovendien ook onderuit gehaald doordat ‘gewone mensen’ vaak het slachtoffer zijn van deze stakingen, wat op onbegrip stuit van een groot deel van de bevolking.

De grootste moeilijkheid bestaat er thans in om een alternatief te zoeken, waarbij het stakingsrecht enerzijds zo veel als mogelijk gewaarborgd wordt, maar waarbij de bevolking anderzijds zo weinig mogelijk hinder ondervindt van dergelijke stakingen. In het verleden hebben verschillende politici – meestal tevergeefs – een poging gewaagd om beiden te verzoenen.

In de bijhorende powerpoint wordt, na een korte historische schets van het stakingsrecht, dieper ingegaan op verschillende aspecten van het stakingsrecht: hoe is het ontstaan? Hoe wordt het gewaarborgd? Welke soorten bestaan er? Wat zijn de gevolgen? Zijn er alternatieven? Deze presentatie is dan ook een handige leidraad voor iedere persoon die meer te weten wil komen over dit actueel thema en voor iedereen die wil weten wat zijn rechten en plichten zijn in het kader van stakingen : Stakingsrecht